Kort antwoord
Leer eerst een legale service: bal op de open hand, minstens 16 cm opgooien, achter de eindlijn en zichtbaar voor de ontvanger. Maak hem daarna lastig met variatie: kort of lang, backspin, zijspin of juist geen spin, en naar verschillende plekken. Een service die er hetzelfde uitziet maar anders draait, is het lastigst.
Stap 1: legaal
Eerst moet je service kloppen. Wat wel en niet mag, staat bij de serviceregels. De meest gemaakte fout: de bal niet hoog genoeg opgooien. Oefen dat bewust, ook thuis.
Stap 2: kort en laag
Een korte service die twee keer zou stuiten op de helft van de tegenstander, is lastig aan te vallen. Laat de bal op jouw helft dicht bij het net stuiten, en raak hem zacht. Hoe lager de bal over het net gaat, hoe beter.
Stap 3: spin
| Service | Hoe | Effect bij de tegenstander |
|---|---|---|
| Backspin | Open blad, onder de bal door | Te hoog terug of in het net |
| Zijspin | Blad langs de zijkant van de bal | Bal gaat opzij van zijn batje |
| Zij-backspin | Combinatie, schuin onder de bal | Opzij en omlaag |
| Geen spin | Zelfde beweging, bal met het midden van het blad raken | Hij verwacht spin en speelt te hoog of te open |
Stap 4: variatie
Een goede service is niet een service, maar een reeks die op elkaar lijkt. Wissel af:
- kort en lang;
- veel en weinig spin, met dezelfde beweging;
- naar de forehand, de backhand en het lichaam van de tegenstander;
- in tempo, door soms sneller en soms langzamer te serveren.
Stap 5: de derde bal
Na je service komt de return, en dan jouw derde bal. Bedenk vooraf wat je met die bal wilt. Een korte backspinservice levert vaak een push op die je kunt aanvallen.
Oefenen
Neem een emmer balletjes en serveer er tientallen achter elkaar. Leg een doelwit, bijvoorbeeld een bekertje of een blaadje, op de helft van de tegenstander. Meer ideeën bij oefenen thuis.